Het monumentale Tessenderlo
De Sint-Martinuskerk
De monumentale, gotische Sint-Martinuskerk werd gebouwd van 1444 tot 1484 en beheerst sindsdien het Centrum van Tessenderlo. Indrukwekkend is de rijzige toren met zes geledingen, afgebakend door waterlijsten in natuursteen. Het kerkmeubilair is overwegend neogotisch en werd in overeenstemming gebracht met de parel van de kerk:
Het doksaal van de Sint-Martinuskerk.
Het koordoksaal, ook jubee genoemd, werd omstreeks 1525 opgericht in
Laatgotiek. Het monument, in zachte kalksteen van Avesnes, is elf meter lang en
rust op acht zuilen in Doornikse hardsteen, waarvan vier de eigenlijke tribune
onderstutten. De tribune is verdeeld in 21 nissen die in taferelen het leven
van Christus verbeelden. Het middengedeelte
heeft een vooruitspringende erker die als preekstoel fungeerde. Het doksaal
fungeerde verder als grensafbakening tussen het koor waar de priester opereerde
en het kerkschip waar het godsvolk stond. De voornaamste reden van bestaan was echter dat het doksaal de
'bijbel van de gewone man' was. In die tijd konden slechts weinig mensen lezen.
Door het doksaal konden de gelovigen 'zien' wat werd gezegd. De bouwers hadden
aldus meerdere bedoelingen, maar wie
ze waren, is onbekend. Detailonderzoek wees uit dat meerdere beeldhouwers aan
het werk waren en omdat de abdij Averbode het patronaatsrecht in
Tessenderlo bezat, wordt die abdij als vermoedelijk opdrachtgever beschouwd.
Dekenij
De abdij van Averbode kreeg in 1135 Tessenderlo
als eerste parochie in bezit. Vanaf toen tot 1834, bijna zeven eeuwen lang,
zouden norbertijnen van Averbode
pastoor in Tessenderlo zijn. De
abdij moest voor huisvesting van de parochiegeestelijkheid zorgen en bouwde in
1664 de pastorij, nu dekenij. Averbode richtte de woning op in de haar
kenmerkende Brabantse renaissance met een opvallend kleurcontrast tussen de
rode baksteen en de witte zandsteen van de decoratieve
onderdelen. In 1986 werd een bronzen beeld van een oud-bewoner, monseigneur
Keesen aan de voorzijde opgericht.
Tiendenschuur
De abdij van Averbode had naast het patronaatsrecht ook het recht om tienden,
een kerkelijke belasting, te innen. De landbouwers waren aanvankelijk verplicht
het tiende deel van de oogst af te staan voor onderhoud van kerk, pastoor en
pastorij. Er waren diverse tiendenschuren inTessenderlo
die al werden vermeld eind veertiende eeuw. In 1489 werd de schuur van het
Centrum neergebrand door plunderende
troepen en kort nadien heropgebouwd. Nog bestaande schuren in steen zijn
zeldzaam en daarom werd het gebouw beschermd bij KB van 2 maart 1983. In 2001
startte het gemeentebestuur de onteigeningsprocedure
tegenover de privé-eigenaar.
In het molenhuis op de Berg woonden eeuwenlang de molenaars en hun gezin. De gemeente Tessenderlo kocht het hele complex met de omgeving en kon het zo redden van de slopershamer.
Het gebouw wordt nu verhuurd aan diverse verenigingen: ontmoetingsruimte De Snor, de zolder met het atelier van de Kunstkring, het lokaal van de fotoclub en de lokalen van het Vlaams Kruis.